ECLI:NL:HR:2016:2142

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2016
Publicatiedatum
22 september 2016
Zaaknummer
16/00024
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie tegen uitspraak over WOZ en OZB gemeente Rotterdam 2011

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 november 2015, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam werd behandeld. De zaak betrof beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en aanslagen in de onroerendezaakbelastingen (OZB) van de gemeente Rotterdam voor het jaar 2011.

Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende en het College nog conclusies van repliek en dupliek indienden. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden, omdat deze geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand en is de uitspraak over de WOZ-waardering en OZB-aanslagen definitief.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.

Uitspraak

23 september 2016
Nr. 16/00024
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 18 november 2015, nr. BK-14/00849, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 11/5394) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Rotterdam voor het jaar 2011.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2016.