Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
23 september 2016.
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een WSNP-procedure. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in het geding en beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De Hoge Raad constateert dat noch verzoekster, noch haar beschermingsbewindvoerder of advocaat bij de zitting van het hof is verschenen. Verzoeksters stelling dat zij niet bekend was met het vonnis waarvan beroep wordt niet aannemelijk geacht wegens gebrek aan toelichting. De Hoge Raad sluit zich aan bij de conclusie van de Advocaat-Generaal dat de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat zij klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Rechtsvordering wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is uitgesproken door de Hoge Raad op 23 september 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verschoonbare termijnoverschrijding.