Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Zoetermeer,
1.De beschikking in dit geding
2.Beslissing
23 september 2016.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 8 juli 2016 een beschikking gegeven waarin verzoeker niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn cassatieberoep. Na deze beschikking werd door de advocaat van de verweerders verzocht om een herstelbeschikking omdat verzuimd was een proceskostenveroordeling uit te spreken.
Verweerders, waaronder een stichting voor rechtsbijstandverzekering, verzochten de Hoge Raad om deze omissie te herstellen door verzoeker te veroordelen in de proceskosten. Verzoeker stelde zich op het standpunt dat het verzoek moest worden afgewezen. De Procureur-Generaal heeft geen aanvullend advies uitgebracht.
De Hoge Raad stelde vast dat sprake was van een omissie en besloot deze te herstellen door verzoeker te veroordelen in de proceskosten van het geding in cassatie, begroot op een bedrag van € 2.190,07. De beschikking werd op 23 september 2016 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.