Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
30 september 2016.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van de moeder tegen diverse procesbeslissingen van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en de rechtbank Oost-Brabant betreffende het ouderlijk gezag en de omgangsregeling met de vader.
De moeder heeft beroep in cassatie ingesteld tegen procesbeslissingen van 16 januari 2015 en 7 mei 2015, alsmede tegen een beschikking van het hof van 10 september 2015. De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen en de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekte eveneens tot verwerping.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering noodzakelijk is, omdat de klachten niet vragen om beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere instanties. De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Kroeze en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de moeder tegen beslissingen over ouderlijk gezag en omgang met de vader.