ECLI:NL:HR:2016:2235

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2016
Publicatiedatum
30 september 2016
Zaaknummer
15/05707
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ouderlijk gezag en omgangsregeling

In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van de moeder tegen diverse procesbeslissingen van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en de rechtbank Oost-Brabant betreffende het ouderlijk gezag en de omgangsregeling met de vader.

De moeder heeft beroep in cassatie ingesteld tegen procesbeslissingen van 16 januari 2015 en 7 mei 2015, alsmede tegen een beschikking van het hof van 10 september 2015. De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen en de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekte eveneens tot verwerping.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering noodzakelijk is, omdat de klachten niet vragen om beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere instanties. De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Kroeze en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de moeder tegen beslissingen over ouderlijk gezag en omgang met de vader.

Uitspraak

30 september 2016
Eerste Kamer
15/05707
AS/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/01/256733/FA RK 12-6607 van de rechtbank Oost-Brabant van 27 januari 2014 en 7 maart 2014;
b. de beschikkingen in de zaak F 200.142.416/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 juni 2014 en 10 september 2015, alsmede de procesbeslissingen van dat hof van 16 januari 2015 en 7 mei 2015.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de procesbeslissingen van 16 januari 2015 en 7 mei 2015, alsmede de beschikking van het hof van 10 september 2015 heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 8 juli 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
30 september 2016.