Uitspraak
wonende te [woonplaats],
de Loos, thans mr. K. Aantjes.
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
14 oktober 2016.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoekster verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had het vonnis van de rechtbank Overijssel bevestigd waarin de WSNP (Wet schuldsanering natuurlijke personen) tussentijds werd beëindigd vanwege niet-naleving van de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 350 lid 3 onder Pro c van de Faillissementswet.
Verzoekster had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Daarbij werd overwogen dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigde hiermee de ontvankelijkheid van het tussentijds beëindigen van de WSNP wegens het niet voldoen aan de informatieplicht en benadrukte het belang van strikte naleving van deze verplichting binnen het kader van de schuldsanering.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de WSNP wegens niet-naleving van de informatieplicht.