Conclusie
1.Voorgeschiedenis
2.Bespreking van het cassatiemiddel
( [1] )Aldaar overweegt de hoge Raad onder meer het volgende:
Parket bij de Hoge Raad
Verzoekster was sinds 14 oktober 2014 onderworpen aan een schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Overijssel beëindigde deze regeling op 8 maart 2016 wegens niet-naleving van de informatieplicht jegens de bewindvoerder. Verzoekster stelde hoger beroep in, maar het beroepschrift kwam pas op 17 maart 2016 binnen, een dag na het verstrijken van de beroepstermijn. De raadsman voerde aan dat dit kwam door een vergissing in het e-mailadres bij verzending per e-mail op 16 maart 2016.
Het hof Arnhem-Leeuwarden verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, omdat rechtsmiddeltermijnen van openbare orde zijn en strikt moeten worden gehandhaafd. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukt dat in het burgerlijk procesrecht geen ruimte is voor herstel van een termijnoverschrijding door een apparaatsfout van de advocaat, omdat deze als dienstverlener voor de verzoekster optreedt.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat rechtsmiddeltermijnen strikt moeten worden nageleefd, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, wat hier niet het geval is. De belangen van verzoekster en de korte termijnoverschrijding rechtvaardigen geen uitzondering. Daarmee blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.