ECLI:NL:HR:2016:2373

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2016
Publicatiedatum
14 oktober 2016
Zaaknummer
15/02861
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:127 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verrekening vorderingen bij afwikkeling nalatenschap en uitsluiting in akte van verdeling

In deze zaak stond de vraag centraal of een tijdig uitgebrachte verrekeningsverklaring rechtsgeldig is en of uitsluiting van verrekening in een akte van verdeling kan worden gehanteerd bij de afwikkeling van een nalatenschap. De procedure betrof een geschil tussen erfgenamen over de verrekening van vorderingen binnen gescheiden vermogens.

De feiten betreffen een nalatenschap waarbij de eiser tot cassatie en mede-erfgenaam een verrekeningsverklaring had gedaan, terwijl in de akte van verdeling verrekening werd uitgesloten. De rechtbank Gelderland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hadden eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het standpunt van de eiser tot cassatie niet volgde.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie verworpen zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werd de eiser tot cassatie veroordeeld in de kosten van het geding. Hiermee is het arrest van het hof bekrachtigd en blijft de uitsluiting van verrekening in de akte van verdeling en de toepassing van art. 6:127 BW Pro ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

14 oktober 2016
Eerste Kamer
15/02861
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
in persoon en als enig erfgenaam van [A],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. T.T. van Zanten,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Eisers tot cassatie zullen hierna worden aangeduid als [eisers], verweerder in cassatie als [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/05/243050/HA ZA 13-318 van de rechtbank Gelderland van 24 juli 2013 en
5 februari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.148.278 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
14 oktober 2016.