Uitspraak
zetelende te Haarlem,
gevestigd te Schiphol-Rijk,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
28 oktober 2016.
Hoge Raad
De Provincie Noord-Holland stelde cassatieberoep in tegen vonnissen van de rechtbank Noord-Holland inzake schadeloosstelling bij onteigening. De zaak betrof onder meer de vraag of de vergoeding van kosten voor de aanschaf van een vervangend beleggingsobject en de btw over kosten van rechtsbijstand toekwam.
Chipshol IV B.V. en een tweede verweerder voerden (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep aan. De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen van de rechtbank en concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De klachten waren onvoldoende om rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling te beantwoorden.
Het arrest bevestigt de eerdere uitspraken van de rechtbank en veroordeelt beide partijen in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van vice-president Bakels en raadsheren Heisterkamp, Polak, du Perron en Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer de Groot.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de eerdere uitspraken over schadeloosstelling bij onteigening.