Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:2448

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 oktober 2016
Publicatiedatum
28 oktober 2016
Zaaknummer
15/02681
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 24 Mededingingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over misbruik economische machtspositie bij erfpacht

In deze zaak stond centraal of de bloot-eigenaar, Stichting Het Rentambt van Over-Betuwe, misbruik maakte van haar economische machtspositie in het kader van erfpacht. Eiser had tegen het Rentambt een procedure gevoerd die leidde tot een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart 2015.

Eiser stelde cassatie in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie. De klachten betroffen geen rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het beroep, hetgeen de Hoge Raad volgde.

De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van het Rentambt nihil werden begroot. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 28 oktober 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

28 oktober 2016
Eerste Kamer
15/02681
EV/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. R.F. Thunnissen, thans mr. M.E. Bruning,
t e g e n
de stichting STICHTING HET RENTAMBT VAN OVER-BETUWE,
gevestigd te Elst, gemeente Overbetuwe,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en het Rentambt.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/05/248207 / HA ZA 13-535 van de rechtbank Gelderland van 25 september 2013 en 29 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.149.107 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen het Rentambt is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 16 september 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Rentambt begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
28 oktober 2016.