ECLI:NL:HR:2016:2511

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 november 2016
Publicatiedatum
3 november 2016
Zaaknummer
16/01777
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2005

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 26 februari 2016, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. De zaak betrof een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2005, inclusief een boetebeschikking en een beschikking over heffingsrente.

De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen, werd geen nadere motivering gegeven. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.

Het arrest van de Hoge Raad, gewezen door de vice-president en twee raadsheren, bevestigt daarmee de eerdere uitspraken en sluit het juridische traject af met een definitieve uitspraak.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

4 november 2016
Nr. 16/01777
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 26 februari 2016, nr. 15/00011, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 13/434) betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2005 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2016.