Uitspraak
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 4 mei 2016, nr. 14/5413 ANW, betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene nabestaandenwet.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de belanghebbende uit Marokko cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 mei 2016 betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW).
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat de belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 11 november 2016 in het openbaar uitgesproken door raadsheer C. Schaap als voorzitter en raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.