Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2016:1637

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 mei 2016
Publicatiedatum
4 mei 2016
Zaaknummer
14/5413 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene nabestaandenwetAlgemene Ouderdomswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens ontbreken verzekering ANW

Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering na het overlijden van haar echtgenoot die eveneens in Marokko woonde en een AOW-pensioen ontving. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW), noch vrijwillig deelnam aan de verzekering.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de echtgenoot niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden van de ANW. Appellante stelde in hoger beroep dat het AOW-pensioen recht gaf op de uitkering en bood aan alsnog premies te betalen voor vrijwillige verzekering.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het AOW-pensioen niet leidde tot verplichte verzekering en dat de postume toelating tot vrijwillige verzekering niet mogelijk was wegens termijnoverschrijding. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de geweigerde uitkering.

Uitkomst: De nabestaandenuitkering wordt geweigerd omdat de overleden echtgenoot niet verzekerd was ingevolge de ANW.

Uitspraak

14/5413 ANW
Datum uitspraak: 4 mei 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
27 augustus 2014, 14/2212 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2016. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sturmans.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante woont in Marokko. Haar echtgenoot, geboren in 1920, heeft in Nederland gewoond en was ten tijde van zijn overlijden op 27 februari 2013 woonachtig in Marokko. De echtgenoot van appellante ontving een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).
1.2.
Appellante heeft een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd.
1.3.
Bij beslissing op bezwaar van 12 maart 2014 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 1 oktober 2013 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de ANW en ook niet ingevolge de Marokkaanse wettelijke regelingen. Evenmin is gebleken van deelname aan de vrijwillige verzekering.
1.4.
Bij besluit van 31 juli 2014 is het verzoek van appellante tot postume deelname van haar echtgenoot aan de vrijwillige verzekering afgewezen. Tegen dit besluit is geen bezwaar gemaakt.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet voldeed aan de voorwaarden om verzekerd te worden geacht ingevolge de ANW. De echtgenoot was niet verplicht verzekerd en evenmin was sprake van een vrijwillige verzekering.
3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij recht heeft op een nabestaandenuitkering, omdat haar echtgenoot op de datum van zijn overlijden een
AOW-pensioen ontving. Voorts heeft appellante aangevoerd dat zij bereid is alsnog premies voor de vrijwillige verzekering te betalen.
4.1.
Het oordeel van de rechtbank en de daarbij gebezigde overwegingen worden geheel onderschreven. De echtgenoot van appellante was ten tijde van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Het aan de echtgenoot van appellante toegekende AOW-pensioen kon niet tot verplichte verzekering voor de volksverzekeringen leiden, zodat de echtgenoot van appellante niet op grond van dit pensioen als verzekerd ingevolge de ANW kon worden aangemerkt. De bereidheid om alsnog premies voor de vrijwillige verzekering te betalen, leidt niet tot een ander oordeel. Immers, bij besluit van 31 juli 2014 is de echtgenoot van appellante niet postuum toegelaten tot deelname aan de vrijwillige verzekering, omdat het verzoek daartoe niet binnen de termijn is ingediend.
4.2.
Uit 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van R.I. Troelstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2016.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) R.I. Troelstra
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

AP