ECLI:NL:HR:2016:2601

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2016
Publicatiedatum
16 november 2016
Zaaknummer
13/05848
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Uitspraak na prejudiciële beslissing
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EEG) nr. 2658/87Verordening (EG) nr. 1549/2006Verordening (EG) nr. 1214/2007
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt tariefindeling digitale opslag- en weergaveapparaten onder post 8521 GN

In deze zaak stond de tariefindeling van digitale apparaten, zogenaamde screenplays, centraal. Deze apparaten zijn bedoeld voor het opslaan van digitale video-, muziek- en fotobestanden en het weergeven daarvan op een televisie- of videomonitor zonder tussenkomst van een computer. De vraag was onder welke post van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) deze apparaten vallen, namelijk post 8471 of 8521.

De Hoge Raad had eerder prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de juiste interpretatie van de GN. Op 14 juli 2016 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat dergelijke apparaten onder post 8521 van de GN vallen. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris hebben schriftelijk gereageerd op dit arrest.

De Hoge Raad heeft vervolgens het cassatieberoep van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat het Hof Amsterdam de screenplays terecht heeft ingedeeld onder post 8521 90 00 van de GN. De middelen van belanghebbende falen en het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Deze uitspraak bevestigt de correcte toepassing van de Europese rechtspraak op de tariefindeling van digitale opslag- en weergaveapparaten binnen het Nederlandse douanerecht.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de tariefindeling onder post 8521 van de GN bevestigd.

Uitspraak

18 november 2016
nr. 13/05848bis
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
Sprengen/Pakweg Douane B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 24 oktober 2013, nr. 12/00115, na beantwoording van de door de Hoge Raad bij een arrest aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vragen.

1.Geding in cassatie

Voor een overzicht van het geding in cassatie tot aan het door de Hoge Raad in dit geding gewezen arrest van 6 februari 2015, nr. 13/05848, ECLI:NL:HR:2015:221, BNB 2015/70, wordt verwezen naar dat arrest, waarbij de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft verzocht een prejudiciële beslissing te geven over de in dat arrest geformuleerde vragen.
Bij arrest van 14 juli 2016, Sprengen/Pakweg Douane B.V., C-97/15, ECLI:EU:C:2016:556, heeft het Hof van Justitie, uitspraak doende op die vragen, voor recht verklaard:
“De gecombineerde nomenclatuur, opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals achtereenvolgens gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006 en verordening (EG) nr. 1214/2007 van de Commissie van 20 september 2007, moet aldus worden uitgelegd dat apparaten als de screenplays die in het hoofdgeding aan de orde zijn, die zijn bedoeld voor ten eerste de opslag van multimediabestanden en ten tweede het weergeven ervan op een televisietoestel of een videomonitor, onder post 8521 van deze nomenclatuur vallen.”
Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op dit arrest.

2.Nadere beoordeling van de middelen

Uit het hiervoor onder 1 vermelde arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat het Hof de screenplays terecht heeft ingedeeld in post 8521 90 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur. De middelen falen derhalve.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, E.N. Punt, P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2016.