Belanghebbende, onderdeel van de wereldwijde organisatie [X], biedt onder meer wekelijkse zondagsdiensten, ceremonies en spirituele trainingen aan. Deze trainingen en auditing vormen een substantieel deel van haar activiteiten en dienen ter bevordering van de religieuze beleving.
Het geschil betreft de vraag of de tarieven die belanghebbende hanteert voor deze activiteiten commercieel van aard zijn, en daarmee of zij voldoet aan de voorwaarden voor de ANBI-status onder artikel 6.33 Wet IB 2001. Het Hof Den Haag oordeelde dat de tarieven commercieel zijn omdat belanghebbende streeft naar en daadwerkelijk exploitatieoverschotten behaalt.
De Hoge Raad bevestigt deze feitelijke vaststelling en oordeelt dat daarmee het algemeen belang niet minstens in gelijke mate als particuliere belangen wordt gediend. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard. De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en bevestigt het oordeel van het Hof.