Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
25 november 2016.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de verdeling van de huwelijksgemeenschap na hun echtscheiding, met name de bijdrageplicht van de man in de kosten van financiering en onderhoud van een niet-echtelijke woning.
De procedure begon bij de rechtbank Utrecht met meerdere vonnissen tussen 1992 en 2011, gevolgd door diverse arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tussen 2013 en 2015. De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van 14 april 2015 van het hof.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de vrouw verworpen. De klachten van de vrouw leiden niet tot cassatie en behoeven geen nadere motivering omdat zij niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leiden. De kosten van het cassatiegeding worden ieder door de eigen partij gedragen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.