Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
in elk gevalniet is bewezen dat de vrouw voor € 112.725,78 aan onderhouds- en renovatiekosten en voor € 69.611,15 aan rente en financieringskosten ten behoeve van deze woning heeft betaald, zoals zij had gesteld, berust op een waardering van het voorhanden bewijs. Deze is voorbehouden aan de feitenrechter.
omvangvan de door de vrouw opgegeven kosten voorwerp van geschil; niet de verplichting van de man om daarin bij te dragen.