Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
De vrouw heeft de Israëlische en Hongaarse nationaliteit. De man heeft de Israëlische en Nederlandse nationaliteit.
lid 2 BW ambtshalve aan totdat aan genoemde verplichting is voldaan, tenzij het belang van het kind vergt dat aanhouding achterwege blijft (art. 1:253a lid 3 BW). Kan redelijkerwijs geen ouderschapsplan worden overgelegd, dan kan de rechter voorzien in een ouderschapsregeling (art. 815 lid 6 Rv Pro).
4.Beslissing
25 november 2016.