Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
29 november 2016.
Hoge Raad
In deze zaak stond de beroepsmatige verkoop van hennep vanuit een winkel in Vaals centraal. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De advocaat-generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit was omdat de partij die het cassatieberoep had ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep en de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad verklaarde daarom het beroep niet-ontvankelijk.
Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Splinter-van Kan en Van den Brink, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 29 november 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan cassatiegronden.