Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
29 november 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden voor het meermalen plegen van skimmen van pinautomaten in Sint Maarten in september 2014. Het Hof baseerde de straf op artikel 145b en 59 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.
De Hoge Raad oordeelde dat de opgelegde straf de wettelijke maximumstraf overschrijdt. Artikel 145b bepaalt een maximale gevangenisstraf van zes maanden, en artikel 59 stelt Pro grenzen aan de cumulatie van straffen bij samenloop van feiten. De straf van dertig maanden is daarmee niet verenigbaar met deze bepalingen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het vonnis betreffende de strafoplegging en wees de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe berechting van de straf. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen. Hiermee werd bevestigd dat het bewijs en de bewezenverklaring standhouden, maar dat de strafmaat moet worden aangepast aan de wettelijke grenzen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging van 30 maanden en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.