ECLI:NL:HR:2016:2753

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2016
Publicatiedatum
1 december 2016
Zaaknummer
16/04317
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen art. 15Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen art. 17Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen art. 40Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen art. 45
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verblijf in ziekenhuis voor machtiging voortgezet verblijf BOPZ

In deze zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in combinatie met de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Betrokkene was door de rechtbank Den Haag machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis toegekend, ondanks dat hij overdag niet in het ziekenhuis verbleef en slechts 's nachts (behalve op zaterdag) aanwezig was.

Betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking, waarbij de kernvraag was of sprake was van verblijf in het ziekenhuis in de zin van de BOPZ indien de betrokkene overdag afwezig was en alleen 's nachts verbleef. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal was gericht op verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van betrokkene niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.

Deze beslissing bevestigt de uitleg van het begrip verblijf in het kader van de BOPZ en de toepassing van artikel 81 lid 1 RO Pro, waarbij ook verblijf dat hoofdzakelijk uit nachtovernachtingen bestaat, kan worden aangemerkt als verblijf in het ziekenhuis voor de toepassing van de machtiging tot voortgezet verblijf.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking tot machtiging voortgezet verblijf wordt bevestigd.

Uitspraak

2 december 2016
Eerste Kamer
16/04317
LZ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[betrokkene] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
de OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT DEN HAAG,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/510438 FA RK 16-3421 van de rechtbank Den Haag van 25 mei 2016.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 26 oktober 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
2 december 2016.