ECLI:NL:HR:2016:2759

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2016
Publicatiedatum
2 december 2016
Zaaknummer
15/04172
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep in huurrechtelijke ontruimingszaak wegens ontbreken spoedeisend belang

In deze zaak stond de ontruiming van een dienstwoning centraal na een veroordeling in eerste aanleg. De verhuurder had in eerste aanleg een ontruimingsvordering toegewezen gekregen, maar in hoger beroep werd deze vordering alsnog afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

De eiser, die in cassatie ging tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, stelde dat de afwijzing onterecht was. De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de voorzieningenrechter en het arrest van het hof voor de feitelijke gang van zaken.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de eiser niet tot cassatie kunnen leiden en dat het ontbreken van een spoedeisend belang een geldige reden is om de ontruimingsvordering af te wijzen. Daarnaast wordt de proceskostenveroordeling uit eerste aanleg gehandhaafd en wordt de eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens ontbreken van spoedeisend belang en de proceskostenveroordeling blijft gehandhaafd.

Uitspraak

2 december 2016
Eerste Kamer
15/04172
LZ/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats], Australië,
EISER tot cassatie,
advocaten: mr. R.L. de Graaff en mr. J.A.M.A. Sluysmans,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 3388243\VV EXPL 14-99\493\450 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland van 10 oktober 2014;
b. het arrest in de zaak 200.159.220 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 juni 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 393,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
2 december 2016.