Uitspraak
[X]te
[Z], Marokko tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 10 juni 2016, nr. 14/5872 ANW, betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene nabestaandenwet.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld dat was ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 10 juni 2016. Het betrof een geschil over een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW).
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk was. Daarbij is vastgesteld dat de klachten die door de appellant zijn aangevoerd geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de appellant klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad daarom het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in stand blijft en dat de Hoge Raad geen inhoudelijke beoordeling van de zaak heeft gegeven.
Het arrest is op 9 december 2016 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Schaap (voorzitter), Groeneveld en Wortel, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.