Uitspraak
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 9 december 2016, nr. 16/03890, ECLI:NL:HR:2016:2797.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van het arrest van 9 december 2016. De Hoge Raad heeft het verzoek beoordeeld op ontvankelijkheid en geconcludeerd dat het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevat zoals bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die een herziening kunnen rechtvaardigen.
Gezien het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die het eerdere arrest in twijfel zouden kunnen trekken, oordeelt de Hoge Raad dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal, verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, samen met raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, op 17 maart 2017.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.