In deze zaak betrof het beroep in cassatie van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2010, inclusief de beschikking inzake heffingsrente.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk was. Gezien de aangevoerde klachten oordeelde de Hoge Raad dat belanghebbende onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of dat de klachten geen kans van slagen hadden in cassatie.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken op 16 december 2016 door raadsheer C. Schaap als voorzitter, met raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel.