Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 31 mei 2016, waarin aanslagen forensenbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing over het jaar 2013 aan belanghebbende waren opgelegd.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit was omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en J. Wortel en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2016.