Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 16 december 2016, nr. 16/03573, ECLI:NL:HR:2016:2865.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft een verzoek tot herziening ingediend van een arrest van 16 december 2016. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks deze kennisgeving is het griffierecht niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier belanghebbende opnieuw bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet tijdig was betaald. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het verzoek tot herziening daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten en verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Het arrest is op 9 juni 2017 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.