Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk beïnvloeden van een getuige in strijd met artikel 285a van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte had telefonisch tegen een betrokkene gezegd dat zij zich moest beroepen op haar zwijgrecht en bewijs moest vernietigen, terwijl hij wist dat zij een verklaring zou afleggen.
Het Hof stelde vast dat de uitingen van verdachte kennelijk bedoeld waren om de vrijheid van de betrokkene om naar waarheid te verklaren te beïnvloeden. Hoewel een deel van de uitingen als juridische voorlichting kon worden opgevat, was het geven van instructies over het zwijgrecht en het vernietigen van bewijs gericht op beïnvloeding. Het Hof verwierp het verweer dat beïnvloeding ook daadwerkelijk moest zijn opgetreden.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 285a Sr de vrijheid beschermt om onbelemmerd een verklaring af te leggen en dat het geven van juridische voorlichting of advies niet mag leiden tot beknotting van die vrijheid. Het hof had terecht geoordeeld dat in dit geval geen sprake was van louter juridisch advies, maar van beïnvloeding. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor het opzettelijk beïnvloeden van een getuige in strijd met artikel 285a Sr.