Uitspraak
[X]te
[Z]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 juli 2016, nr. 14/00703, betreffende een uitnodiging tot betaling.
Hoge Raad
In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake een uitnodiging tot betaling. De indiener van het cassatieberoep, handelend namens een Belgische partij, werd door de griffier van de Hoge Raad verzocht binnen zes weken een bewijsstuk van volmacht te overleggen of een verklaring van instemming van de partij namens wie het beroep werd ingesteld.
De indiener is echter in gebreke gebleven om aan dit verzoek te voldoen. Hierdoor ging de Hoge Raad ervan uit dat het beroep onbevoegd was ingesteld. Als gevolg daarvan werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig om proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 23 december 2016.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bewijsstuk van volmacht.