Op 26 juli 2010 leverde de (schoon)vader een woning aan zijn dochter en haar echtgenoot tegen een koopsom van €250.000, waarbij €40.000 van de koopsom werd kwijtgescholden. De echtgenoten deden aangifte schenkbelasting over dit bedrag en verzochten om verrekening van de betaalde overdrachtsbelasting.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de verkoop en kwijtschelding als een samenstel van rechtshandelingen moesten worden gezien, waardoor de schenking €48.000 bedroeg, gebaseerd op het verschil tussen de WOZ-waarde en de koopsom plus de kwijtschelding. De Hoge Raad verwierp dit oordeel en stelde dat de verkoop tegen de marktwaarde geen schenking oplevert en dat de schenking uitsluitend de kwijtschelding van €40.000 betreft.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Rechtbank, en bepaalde dat de schenkbelasting berekend moet worden over €35.000 (na aftrek van de vrijstelling), met verrekening van de overdrachtsbelasting. Tevens werden de proceskosten verdeeld en vergoedingen toegekend aan belanghebbende.