Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:342

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 februari 2016
Publicatiedatum
25 februari 2016
Zaaknummer
15/04128
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op hardheidsclausule bij WSNP wegens gebrek aan goede trouw

In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van verzoeker verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De zaak betreft een geschil over toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) en het beroep op de hardheidsclausule van artikel 81 lid 1 van Pro de Faillissementswet.

De rechtbank Gelderland had eerder een vonnis gewezen, waarna het gerechtshof het beroep van verzoeker afwees. Verzoeker stelde dat hij in goede trouw had gehandeld met betrekking tot het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden. De Hoge Raad oordeelde echter dat de klachten onvoldoende waren om cassatie toe te laten, mede omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad bevestigde hiermee de eerdere beslissingen en wees het beroep af. Daarmee blijft het oordeel van het hof staan dat verzoeker niet in aanmerking komt voor toelating tot de WSNP op grond van de hardheidsclausule, vanwege het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de toelating tot de WSNP en het beroep op de hardheidsclausule worden afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.

Uitspraak

26 februari 2016
Eerste Kamer
15/04128
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/05/280494/FT RK 15/689 van de rechtbank Gelderland van 8 juni 2015;
b. het arrest in de zaak 200.171.485 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 augustus 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
26 februari 2016.