Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 22 april 2015. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over de door belanghebbende afgedragen loonbelasting als pseudo-eindheffing hoog loon over het tijdvak maart 2013.
De Hoge Raad heeft de ingediende cassatiemiddelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2016.