Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
8 maart 2016.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 25 november 2014 in een strafzaak. Namens verdachte heeft advocaat F.H.J. van Gaal middelen van cassatie ingediend. De benadeelde partij heeft zich laten vertegenwoordigen door advocaat A.L. de Vogel. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, arrest Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.