ECLI:NL:HR:2016:386

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 maart 2016
Publicatiedatum
8 maart 2016
Zaaknummer
15/02115
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak door Hoge Raad

De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 december 2014 in een strafzaak. Namens verdachte trad advocaat F. van Baarlen op en diende middelen van cassatie in. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter, en raadsheren Splinter-van Kan en Buruma. Het vonnis werd uitgesproken in een openbare terechtzitting op 8 maart 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

8 maart 2016
Strafkamer
nr. S 15/02115
DAZ/CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 december 2014, nummer 23/003875-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F. van Baarlen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 maart 2016.