Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
8 maart 2016.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 december 2014 in een strafzaak. Namens verdachte trad advocaat F. van Baarlen op en diende middelen van cassatie in. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter, en raadsheren Splinter-van Kan en Buruma. Het vonnis werd uitgesproken in een openbare terechtzitting op 8 maart 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.