Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
15 maart 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd vervolgd voor het rijden onder invloed op 20 augustus 2012 te Zandvoort. Tegelijkertijd was aan hem de verplichting tot deelname aan het alcoholslotprogramma (asp) opgelegd, welke maatregel nog van kracht was tijdens de strafzaak. Het hof verwierp het verweer van de raadsman dat sprake was van dubbele vervolging en verklaarde het OM ontvankelijk.
De Hoge Raad herhaalt zijn eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2015:434) dat indien een verdachte al onherroepelijk is verplicht tot deelname aan het asp, vervolging wegens hetzelfde feit in strijd is met het ne bis in idem-beginsel en het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dit geldt ook gedurende lopende bezwaar- of beroepsprocedures tegen het asp.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door het OM ontvankelijk te verklaren terwijl de asp-verplichting nog van kracht was. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verklaart het OM niet-ontvankelijk in de vervolging. Hiermee wordt dubbele bestraffing voorkomen en het beginsel van een goede procesorde gewaarborgd.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens dubbele bestraffing met alcoholslotprogramma en strafvervolging.