ECLI:NL:HR:2016:427

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 maart 2016
Publicatiedatum
17 maart 2016
Zaaknummer
15/03061
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak onroerendezaakbelastingen gemeente Zandvoort

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en aanslagen onroerendezaakbelastingen over 2013.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat.

Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding, waarbij rekening is gehouden met samenhangende zaken. Het arrest is gewezen door de vice-president Koopman en raadsheren Fierstra en van Hilten en op 18 maart 2016 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort is ongegrond verklaard en het college is veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

18 maart 2016
Nr. 15/03061
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 4 juni 2015, nr. 14/00796, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Zandvoort en het incidenteel hoger beroep van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 14/944) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Zandvoort voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1] en [b-straat 1] te [Z] .

1.Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 15/03065 en 15/03062 met de onderhavige zaak samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op een derde van € 1984, derhalve € 661,33 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2016.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort wordt een griffierecht geheven van € 497.