ECLI:NL:HR:2016:428

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 maart 2016
Publicatiedatum
17 maart 2016
Zaaknummer
15/03062
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 7:15 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:75 Algemene wet bestuursrechtBesluit proceskosten bestuursrecht 3
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over onroerendezaakbelasting gemeente Bloemendaal

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juni 2015, die het hoger beroep van de heffingsambtenaar en het incidenteel hoger beroep van belanghebbende betrof. De zaak had betrekking op een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2013 betreffende een onroerende zaak te Bloemendaal.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel van het college niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard.

Daarnaast werd het college veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waarbij rekening werd gehouden met samenhang van deze zaak met andere zaken volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het griffierecht werd vastgesteld op €497 en de kosten voor rechtsbijstand op €661,33.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad in het openbaar op 18 maart 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

18 maart 2016
Nr. 15/03062
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 4 juni 2015, nr. 14/00797, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Bloemendaal en het incidenteel hoger beroep van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 14/887) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Bloemendaal voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].

1.Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 15/03065 en 15/03061 met de onderhavige zaak samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op een derde van € 1984, derhalve € 661,33 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2016.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal wordt een griffierecht geheven van € 497.