ECLI:NL:HR:2016:429

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 maart 2016
Publicatiedatum
17 maart 2016
Zaaknummer
15/03349
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dwangsombeschikking gemeente Molenwaard

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 9 juni 2015, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking van de Rechtbank Rotterdam werd behandeld. De beschikking betrof een verzoek om toekenning van een dwangsom door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenwaard.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van het college en de conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling van de middelen oordeelde de Hoge Raad dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Ten aanzien van proceskosten stelde de Hoge Raad vast dat er geen gronden waren voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

18 maart 2016
Nr. 15/03349
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 9 juni 2015, nr. BK‑14/00597, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 13/7403) betreffende een beschikking op een verzoek om toekenning van een dwangsom.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenwaard heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2016