ECLI:NL:RBROT:2020:7907
Rechtbank Rotterdam
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bevoegdheid en ontvankelijkheid bij beroep tegen WOZ-waarde ambtshalve bijstelling
Eiser verzocht om ambtshalve neerwaartse bijstelling van de WOZ-waarde over de jaren vóór 2017, welke door verweerder bij besluit 1 werd afgewezen. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen een aanslag over 2020 gebaseerd op een WOZ-waarde van 2019. Eiser stelde tevens beroep in wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het gesloten stelsel van rechtsbescherming, zoals neergelegd in artikel 26 AWR Pro en artikel 30 Wet Pro WOZ, inhoudt dat tegen ambtshalve besluiten geen bezwaar of beroep openstaat. Voor dergelijke besluiten kan slechts een civiele vordering worden ingesteld. De belastingrechter is daarom niet bevoegd kennis te nemen van beroep tegen besluit 1. Wel is de belastingrechter bevoegd om beroep tegen een uitspraak op bezwaar te behandelen, mits aan ontvankelijkheidseisen is voldaan.
De rechtbank constateert dat eiser met brieven van januari, mei 2020 en later een bezwaar heeft ingediend tegen besluit 1, dat als zodanig moet worden aangemerkt. De termijn voor uitspraak op bezwaar is nog niet verstreken, zodat geen sprake is van niet tijdig beslissen. Ook het bezwaar tegen besluit 2 is nog niet toe aan uitspraak. De beroepen worden daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen de WOZ-waarde ambtshalve bijstelling niet-ontvankelijk wegens gebrek aan bevoegdheid en ontvankelijkheid.