ECLI:NL:HR:2016:434

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 maart 2016
Publicatiedatum
17 maart 2016
Zaaknummer
15/02274
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake zuiveringsheffing aanslagen 2011 en 2013

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2015, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Nederland werd behandeld. Het geschil betrof de aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de zuiveringsheffing voor de jaren 2011 en 2013.

Het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Hunze en Aa’s diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende. De Hoge Raad beoordeelde de klacht die belanghebbende in cassatie aanvoerde, maar oordeelde dat deze niet tot cassatie kon leiden. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de klacht geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door raadsheer C. Schaap als voorzitter, en raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, en op 18 maart 2016 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

18 maart 2016
Nr. 15/02274
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 21 april 2015, nrs. 14/00790 tot en met 14/00792, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nrs. AWB LEE 13/1630, 13/1633 en 13/1636) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2011 en 2013 opgelegde aanslagen in de zuiveringsheffing.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
Het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Hunze en Aa’s heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klacht

De klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2016.