ECLI:NL:HR:2016:458

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 maart 2016
Publicatiedatum
22 maart 2016
Zaaknummer
14/06450
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 242 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens opzet op wederrechtelijke vrijheidsberoving en bedreiging

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 december 2014, waarin hij werd veroordeeld voor opzet op wederrechtelijke vrijheidsberoving en bedreiging zoals bedoeld in art. 242 Sr Pro.

Het beroep in cassatie werd ingesteld door de verdachte, vertegenwoordigd door advocaat P.H.L.M. Souren. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is, omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Daarom wordt het beroep verworpen en blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 22 maart 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt bevestigd.

Uitspraak

22 maart 2016
Strafkamer
nr. S 14/06450 J
SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 december 2014, nummer 23/003093-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 maart 2016.