Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
22 maart 2016.
Hoge Raad
De betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 april 2015, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen hem was toegewezen.
Namens de betrokkene heeft advocaat J.W. Schouten een middel van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet nodig is, aangezien het middel geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.
Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, en het beroep wordt verworpen. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.