Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde het vonnis van de rechtbank Gelderland waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van €58.000 als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Betrokkene stelde in cassatie dat de schatting onvoldoende was gemotiveerd, met name over het aantal oogsten waarop de schatting was gebaseerd.
De politierechter had de schatting gebaseerd op een vonnis en een proces-verbaal van bevindingen, waarbij werd aangenomen dat betrokkene twee oogsten had gerealiseerd. De Hoge Raad constateerde dat de politierechter de inhoud van het proces-verbaal had aangepast aan zijn eigen aannames, wat een motiveringsgebrek opleverde.
Echter bleek uit het dossier en de zitting dat de politierechter en het hof hun oordeel baseerden op de verklaring van een medeverdachte, die twee oogsten bevestigde. Deze verklaring was niet als bewijsmiddel opgenomen door een kennelijke misslag, maar kon ambtshalve worden hersteld. De afwijking in het aantal oogsten was bovendien in het voordeel van betrokkene.
De Hoge Raad concludeerde dat het motiveringsgebrek niet tot cassatie leidt en verwierp het beroep. Er waren geen andere gronden voor vernietiging van het arrest. De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel blijft daarmee gehandhaafd.