Belanghebbende is eigenaar van een boerderij met de status van rijksmonument en vroeg een omgevingsvergunning aan voor restauratie en uitbreiding. De gemeente Woudrichem bracht leges in rekening van € 13.463,20, gebaseerd op de gemeentelijke Verordening leges 2012 en de bijbehorende Tarieventabel.
Het geschil betrof de hoogte van de leges, waarbij belanghebbende stelde dat het bedrag moest worden vastgesteld op € 1.135,85, bestaande uit een vast tarief voor monumentgerelateerde activiteiten plus enkele toeslagen. Het hof oordeelde dat belanghebbende erop mocht vertrouwen dat het specifieke tarief voor monumenten van € 191,80 van toepassing was en dat geen cumulatie van meerdere tarieven voor verschillende activiteiten binnen hetzelfde project gerechtvaardigd was.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het middel van het college. De Raad stelde vast dat de Tarieventabel niet voorziet in cumulatie van tarieven voor verschillende onderdelen van een aanvraag voor een beschermd monument en dat de legesheffing derhalve correct was vastgesteld.
Het college werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep, vastgesteld op € 1.984 voor rechtsbijstand. Het arrest werd op 15 januari 2016 uitgesproken door de Hoge Raad, die het beroep ongegrond verklaarde.