Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
29 maart 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, in een strafzaak over de oude Diergeneesmiddelenwet. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.