Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
29 maart 2016.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde op 29 maart 2016 het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 9 december 2014 in een strafzaak betreffende mensenhandel. Namens verdachte diende advocaat R.J. Baumgardt een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat, gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering nodig is omdat het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarmee werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.