ECLI:NL:HR:2016:541

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2016
Publicatiedatum
1 april 2016
Zaaknummer
15/00295
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in terugvordering lening na samenwerking

In deze zaak stond de terugvordering van een lening na het einde van een samenwerking centraal. Eiseres vorderde terugbetaling van een lening van verweerder, waarbij de uitleg van de gemaakte afspraken tussen partijen van belang was. De voorzieningenrechter en het gerechtshof Amsterdam hebben eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het verzoek van eiseres afwees.

Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop eiseres reageerde. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep vervolgens verworpen op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof en veroordeelde eiseres in de kosten van het geding in cassatie, die nihil werden vastgesteld. De uitspraak werd gedaan door raadsheren van Buchem-Spapens, Streefkerk, Snijders en de openbare uitspraak door de raadsheer de Groot.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

1 april 2016
Eerste Kamer
15/00295
EE/RB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] .

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/15/204618/KG ZA 13-324 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland van 30 augustus 2013;
b. het arrest in de zaak 200.138.058/01 KG van het gerechtshof Amsterdam van 14 oktober 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 24 december 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
1 april 2016.