ECLI:NL:HR:2016:584

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 april 2016
Publicatiedatum
7 april 2016
Zaaknummer
15/01581
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting

De erven van A. Z. hebben in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 februari 2015. Dit arrest betrof het hoger beroep van belanghebbenden tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over de jaren 1992 tot en met 2000.

De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot cassatie kan leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de proceskosten aan belanghebbenden toe te wijzen. Het arrest is in het openbaar uitgesproken op 8 april 2016 door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de erven van A. Z. wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

8 april 2016
Nr. 15/01581
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de erven van [A]te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 24 februari 2015, nrs. 13/00920 tot en met 13/00931 en 13/00941 tot en met 13/00944, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 12/188, AWB 12/190, AWB 12/192 tot en met AWB 12/195, AWB 12/197 tot en met AWB 12/204, AWB 12/1109 en AWB 12/1110) betreffende de aan erflater over de jaren 1992 tot en met 1999 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de over de jaren 1993 tot en met 2000 opgelegde navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2016.