Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
5 januari 2016.
Hoge Raad
Op 1 februari 2011 stak de verdachte een mes in de keel van [betrokkene 1] tijdens een conflict in zijn woning te Amersfoort. De verdachte stelde dat hij handelde uit noodweer en noodweerexces, omdat [betrokkene 1] agressief was binnengekomen en hem bedreigde.
Het hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding op het moment van het steken, en verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces. Het hof vond dat de aanval van [betrokkene 1] al was geëindigd toen de verdachte stak.
De Hoge Raad stelde vast dat dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk was, gezien de feiten dat verdachte 112 belde, waarna [betrokkene 1] hem bij de schouder pakte en de telefoon uit zijn hand sloeg, waarna de steek volgde. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling op het bestaande hoger beroep.
De zaak betreft de afweging van noodweer en noodweerexces in een situatie van een conflict in een kleine woonkamer, waarbij de verdachte zich verdedigde tegen een agressieve binnenkomende persoon. De Hoge Raad benadrukte het belang van een zorgvuldige toetsing van de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding en het onmiddellijk dreigend gevaar.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.