Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 april 2016.
Hoge Raad
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van een waterscooter waarvan hij zou hebben geweten dat deze door een misdrijf was verkregen.
De advocaat van de verdachte diende een middel van cassatie in, gericht op de bewijsvoering omtrent het bewustzijn van de verdachte over de herkomst van het goed. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 19 april 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.