Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 januari 2016.
Hoge Raad
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak. Het beroep betrof onder meer de vraag wanneer sprake is van een motorfiets in de zin van de Wegenverkeerswet 1994.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De raadsman van de verdachte reageerde schriftelijk hierop, maar de Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering nodig, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.